Gisteravond keken mevrouw Frits en ik heel even naar de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival. Nederland doet niet mee, omdat Israël wél mee doet. Je mag politiek en muziek niet met elkaar verwarren, het zijn twee losstaande grootheden. Net als politiek en sport.
Maar ja, de Olympische Spelen in Peking waren een gelegenheid om de Chinese regering op de mensenrechten te wijzen. De Spelen in Sotsji waren ook aanleiding om Rusland te wijzen op mensenrechten. Je kunt politiek nooit helemaal los zien van sport, muziek, kunst.
Enfin. Al vrij gauw kwamen mevrouw Frits en ik tot de conclusie dat het bij dit liedjesfestijn vooral gaat om de show, niet om de liedjes zelf. Het is een Europese aangelegenheid, maar ook Australië mag meedoen aan het festival.
Wat nou als de Verenigde Staten mogen meedoen? Zou Bob Dylan een kans maken om zijn land te vertegenwoordigen? Waarschijnlijk niet. Zijn optredens staan niet bekend als een wervelende show. Bij hem gaat het optreden wél om de liedjes. Om de teksten.
Hij kreeg er tien jaar geleden de Nobelprijs voor de Literatuur voor. Dat is een mooiere prijs op de schoorsteenmantel dan winst van het Eurovisie Songfestival.