zaterdag 16 mei 2026

The Royal Albert Hall

"Judas!"
"I don't believe you. You're a liar! Play fuckin' loud!"
Deze korte conversatie is in een notendop waar het allemaal op uit liep. De confrontatie tussen Bob Dylan en zijn fans, in het voorjaar van 1966. Dit gesprekje vond 17 mei 1966 plaats in de Manchester Free Trade Hall, morgen dus precies zestig jaar geleden.
Wat was er aan de hand? Bob Dylan was hét talent van de folk- en protestgeneratie. Gewapend met een scherpe pen, een akoestische gitaar en een mondharmonica vertolkte deze singersongwriter de emoties van opgroeiende twintigers. Van jongelui die zich uitspraken, vooral tégen. Tegen rassenscheiding, tegen de Vietnam-oorlog, sowieso tegen oorlog, tegen de gevestigde orde.
Maar zo halverwege het decennium verschoof Dylan's aandacht. Zijn teksten werden meer en meer gevormd door de liefde, en steeds minder door protest. Zijn akoestische gitaar en mondharmonica kregen versterking door een elektrische gitaar, een orgel, een basgitaar en een drumstel. Met de begeleidingsband van de Canadese zanger Ronnie Hawkins, The Hawks, trok Dylan in het voorjaar van 1966 de wereld over.
Samen met Rick Danko, Garth Hudson, Richard Manuel, Robbie Robertson en Levon Helm. Of nee, eigenlijk met Mickey Jones in plaats van Helm; de drummer uit Arkansas was het zat om steeds uitgejouwd te worden. De concerten volgden steeds hetzelfde patroon: vóór de pauze Dylan solo, ná de pauze Dylan met band.
Het publiek had ook wel door dat Dylan's interesses waren verschoven. Naarmate de tournee vorderde, werd ook de onvrede van de fans groter. Er kwam steeds meer protest vanuit de zaal. Dat escaleeerde in Manchester.
Aan het slot van het optreden, na Ballad Of A Thin Man en voorafgaand aan Like A Rolling Stone, schreeuwde Keith Butler, vanuit de zaal "Judas!" naar Dylan. Waarop de zanger reageerde met zijn ongeloof, en de opdracht aan zijn band om keihard te spelen.
Het optreden was opgenomen en circuleerde jarenlang als een bootleg onder de fans. Met als locatie werd op deze bootleg foutief de Royal Albert Hall in Londen genoemd. Daar traden de muzikanten weliswaar ook op, maar dat was zo'n anderhalve week na dit incident. Desondanks werd bij de officiële uitgave van dit concert (Live 1966, aflevering 4 van de Bootleg Series) de foutieve locatie van de show genoteerd. Waarschijnlijk omdat het Judas-concert onder deze naam bekend stond.
Tien jaar geleden, in 2016, verscheen de box The 1966 Live Recordings. Met hierop alle opnames die door de meegereisde technici waren gemaakt. Dus ook van het Judas-concert. Op het betreffende hoesje staat de locatie goed vermeld.
Over Butler heeft Dylan anno 2012 geen goed woord over. In een interview met het muziektijdschrijft Rolling Stone, naar aanleiding van zijn album Tempest, zei Dylan iets over de traditie waar hij uit komt en waar hij uit put. De traditie waarbij onder meer teksten en muziek van collega-artiesten wordt geleend, zonder bronvermelding. Sommige mensen waarderen die manier van werken niet, analyseert Dylan: “It's an old thing – it's a part of the tradition. It goes way back. These are the same people that tried to pin the name Judas on me. Judas, the most hated name in human history! If you think you've been called a bad name, try to work your way out from under that. Yeah, and for what? For playing an electric guitar? As if that is in some kind of way equitable to betraying our Lord and delivering him up to be crucified. All those evil motherfuckers can rot in hell.”
Daar moet je het mee doen, Keith.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten