zondag 27 september 2015

The Basement Tapes


De aangekondigde release van The Cutting Edge, heeft de afgelopen dagen wat bij me losgetrokken. Het was in ieder geval een goede reden om de vorige box uit de Bootleg Series weer uit de kast te trekken. Al twee dagen lang luister ik onafgebroken naar The Basement Tapes – Complete.
Een mooie box, deze elfde aflevering uit de Bootleg Series. Zes cd's met alle nummers uit de kelders van Big Pink. Werkelijk álle nummers? Dat blijft natuurlijk gissen, want we weten niet wat we niet weten. Maar 138 nummers over 6 cd's, dat lijkt in ieder geval wel op alle kelder-nummers.
De feiten van The Basement Tapes zijn bekend. Dylan kreeg in de zomer van 1966 een mysterieus motorongeluk, waarbij in ieder geval één ding vast staat: hij ging onderuit met zijn Triumph. Dylan pakte het ongeluk groots aan en trok zich terug uit de rat race waarin hij was beland.
Die rat race bestond uit een overvolle agenda. De zanger trok de wereld over met de mannen, die bekend zouden worden als The Band. Dylan kende de mannen, met wie hij al eerder in de studio had gewerkt; toen heetten de Canadezen en Amerikaan nog (Levon &) The Hawks. Drie “elektrische” albums had Dylan op dat moment achter de rug: Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited en de dubbel-elpee Blonde On Blonde, gemaakt in zo'n anderhalf jaar tijd.
De bijbehorende promotie-tournees trokken een zware wissel op de 25-jarige artiest. De shows bestaan uit twee delen: een akoestische set voor de pauze en een elektrische set na de pauze. Maar waar Dylan en The Band ook komen, ze worden na de pauze bijna van het podium gefloten en ge-boo-d. Bijna, want Dylan weerstaat de aanvallen van de traditionele folk-fans en blaast hén omver.
Enfin, met de motor onderuit gaan kwam Dylan wel goed uit. Nadat zijn schrammen en blauwe plekken hem niet meer hinderden, bezocht hij regelmatig zijn vrienden van The Band. Deze mannen, vier Canadezen en een boerenzoon uit Arkansas, hadden zelf een huis gehuurd in Woodstock, New York. Een groot pand dat van de buitenkant een roze likje verf had gekregen. Zodoende werd het huis Big Pink genoemd.
In die kelder van Big Pink werd veel muziek gemaakt. Heel veel muziek. Dylan probeerde er nummers uit, die hij thuis schreef. Er werden demo's opgenomen van nummers, die via de muziekuitgeverij bij collega-artiesten terecht kwamen. En het was de plek waar The Band haar eigen geluid zocht. Deze smeltkroes van verschillende losse eindjes resulteerde onder meer in het debuutalbum van The Band (Music From Big Pink).
Die dekselse organist Garth Hudson had zo zijn lijntjes met de buitenwereld. Via bandjes smokkelde Hudson nummers naar fans, die graag een teken wilden ontvangen van Dylan, die toen al de status van grootmeester der popmuziek had bereikt. Al deze bandjes werden opgenomen van andere bandjes, waardoor de kwaliteit bij elke kopie weer achteruit ging. Reden voor Columbia Records om pas na acht jaar met The Basement Tapes te komen: een dubbelaar met liedjes uit de kelder, al dan niet met wat toegevoegde muziekinstrumenten. Om maar op die manier de bootleg-stroom te reguleren en er zelf ook geld aan te verdienen.
Weer veertig jaar later verscheen dus in The Bootleg Series de complete bandjes van Big Pink. We horen eindelijk hoe dat creatieve proces tussen de mannen zich afspeelde. We horen inderdaad demo's, spielerei, gezelligheid, vakmanschap. En vooral heel veel uren muziek. Het maakt je jaloers: was ik er zelf maar bij geweest, toen.
Maar daar kunnen we niks aan veranderen. We moeten het doen met wat ons wordt toegeworpen. En dat is veel. Heel veel.
Gelukkig maar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen