donderdag 24 oktober 2013

Volzin: Bob Dylan – profeet van het Oude Testament

Vorige week werd mijn aandacht getrokken door de cover van ‘de volgende Volzin’. Het gezicht van Bob Dylan vormde die cover van de nieuwe aflevering van Volzin. Met als titel: PROFEET VAN HET OUDE TESTAMENT. En een rode stempel met het citaat: ‘Mijn songs zijn mijn religie.’
Bob Dylan als oudtestamentische profeet. Dit beeld kende ik wel. In 2001, bij Dylans zestigste verjaardag, omschreef ND-redacteur Herman Veenhof de zanger ook al als een profeet. Een onwillig profeet, net als Jona en Jeremia, die beiden in eerste instantie de opdracht van God naast zich neer wilden leggen. Om later alsnog hun taak als profeet op zich te nemen.
Hetzelfde beeld werd geschetst in CV*Koers van april 2009 – ik was vier maanden eerder nog stagiair bij dit mediumbedrijf. Redacteur Jeroen Bol zette Dylan, vlak voor zijn drie concerten in de Heineken Music Hall, neer als een singer-songwriter ‘die blijft boeien met zijn gerafelde verhalen over schuld, boete en verlossing’.
En toen kwam daar dus de aankondiging van Volzin. Ook zij wilden de Amerikaan portretteren als een oudtestamentische profeet. Van een religieus magazine mag je verwachten dat zij de term ‘profeet’ breder zien dan alleen een onheilsaankondiger. Een man met een boodschap: ‘natuurlijk, schuld! natuurlijk, boete! maar natuurlijk ook: verlossing!’
Maar helaas: Dylan-redacteur van dienst Tom Engelshoven (die indertijd een heuse Doe Maar-‘biografie’ schreef), maakt een aantal fouten in zijn verhaal. Zo beweert hij dat Dylan al 73 is, terwijl Dylan 72 is. Het album The Bootleg Series, Vol. 1 – 3 heeft volgens Engelshoven de ondertitel Rare And Unreleased 1996 – 1991. Een lastige tijdsbepaling.
Dit zijn nog dingen die ik als ‘tikfouten’ kan typeren. Beetje slordig, maar dit is nog door de vingers te zien. De volgende keer moet Engelshoven wel iets beter zijn huiswerk doen.
Wat me meer stoort, is het beeld dat Engelshoven schetst van Dylan. Het genoemde album The Bootleg Series, Vol. 1 – 3 is ‘beeldvormend voor Dylan in zijn seniorjaren’, schrijft Engelshoven. ‘Het betreft maar liefst achtenvijftig liedjes, uit zijn privé-archieven, vertolkt op de meest sobere wijze. Teruggebracht tot hun naaktste essentie. Slechts Dylans stem, een akoestische gitaar en die striemende mondharmonica.’
Helaas, deze cd-box laat de ontwikkeling zien van Dylan in de periode van 1961 – 1991. Van folkzanger tot bandleider. Niets de ‘naaktste essentie’, maar Dylan pur sang.
En dan de concerten. Engelshoven schrijft: ‘Een lachje kan er nooit af. Net als daarbuiten is hij op het podium onpeilbaar en raadselachtig. Hij gromt zijn teksten als een oude hond en schijnt niet gedreven door plezier of hoop. Soms hebben zelfs zijn grootste fans en bandgenoten geen idee welk nummer hij inzet, ook als het een van zijn grote hits van weleer betreft. Dylan is Dylan, prevelen we dan.’
Dit beeld klopt niet met wat ik de afgelopen zes keer heb gezien. Gromt als een hond? Dylan zingt niet als de Voice-deelnemers, maar heeft een eigen vocale idioom. Niet gedreven door plezier of hoop? Dan worden de glimlachen van de zanger over het hoofd gezien, net als zijn swingende benen. Geen hoop? Het is maar welke hoop je bij Dylan, ‘de Bron’, zoekt. Geen idee welk nummer Dylan inzet? Dan wordt vergeten dat Dylan & band elke avond de keuze maken uit een oeuvre van honderden songs, waarbij de mannen een geheel nieuw arrangement hebben gemaakt – Dylan vernieuwt zich continue.
Misschien is het veelzeggend hoe Engelshoven eindigt. ‘In zijn knorrige ondoorgrondelijkheid beantwoordt de oude Bob meer aan mijn beeld van God, dan dat hij lijkt op Jezus voor wie men hem in de jaren zestig versleet.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen