Voor mijn studie Docent Nederlands moet ik de nodige proza en poëzie lezen. Soms vallen deze twee samen, zoals in het boek De wereld is weer plat, ja van Guus Middag. In dit boek staan 20 Nederlandstalige gedichten, die elk van commentaar worden voorzien. Deze toelichtingen zijn doorwrochte essays, die deels ook al eerder zijn gepubliceerd.
Enfin.
Een van de gedichten in deze literaire bloemlezing is Queeste van Mieke van Zonneveld. In Middags essay kwam ik een uitleg tegen, waardoor ik aan Blowin' In The Wind moest denken. Uiteraard is Dylan's tekst niet door een vrouw uit de Lage Landen geïnspireerd.
Van Zonneveld dicht onder meer:
En ik die al veertien jaar woon in gezangen
mijn liefdesverklaringen schreef in de wind
vanwaar raak ik plots in de ban van dit wrange
besef dat ik mij op een tweesprong bevind?
In zijn beschouwing schrijft Middag over deze zinnen: "En zij schrijft dan wel 'liefdesverklaringen', maar die schreef zij 'in de wind'. Dat kan betekenen dat het maar lichte, vluchtige, onmiddelijk weer wegwaaiende woorden waren [let trouwens op de alliteratie!]. Of: nietszeggende, onoprechte verklaringen; met 'woorden in de wind' is volgens Van Dale 'ijdel gepraat' bedoeld. Een dichteres kan zulke dingen zeggen. Vergelijk J. Slauerhoff: 'Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.'
Of is hier geen dichteres, maar eerder een dichterlijk geïnspireerde kluistenares aan het woord? Een mystica, een Hadewych-achtige die zich, op zoek naar de unio mystica, nu alweer veertien jaren lang met haar liefdesverklaringen tot een goddelijke instantie richt - heel anders dan haar oppervlakkige, door Valencia kuierende toeristvriend, op zoek naar een minder teruggetrokken, maar met een ruim vallend décolleté."
[Uit: Middag, Guus. De wereld is weer plat, ja: De poëzie van tegenwoordig. Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2019, pagina 128]
Dat gezegd hebbende, zou je dit ook over Dylan's eerste grote hit kunnen zeggen. Wel een mooie invalshoek. Ik zal het voorstellen bij mijn Dylan-groep.

.jpeg)
.jpeg)


